Wat is natuurgeneeskunde?

Het doel van de veterinaire natuurgeneeskunde is het dier te begeleiden naar een manier van leven waarop hij of zij in balans is, zo zal zijn of haar leven optimaal zijn. Dit kan door maatregelen en middelen. Er wordt altijd gekeken naar het dier in zijn totaal, zijn geschiedenis en het totaal van symptomen, zowel mentaal als fysiek.

Winter2005-044Maatregelen zijn bijvoorbeeld aangepaste beweging, gedragstherapie of andere voeding. De middelen die de natuurgeneeskunde gebruikt zijn allen van natuurlijke aard, dit kunnen kruiden zijn, homeopatische middelen, Bach bloesems of voedingssuplementen. Andere veel gebruikte methodes zijn reiniging en drainage, en massage.

Preventief kan natuurgeneeskunde veel bieden: uw dier wordt dan onderzocht op fysieke en mentale (dis)balans en op die manier kan het natuurgeneeskundige advies voorkomen dat uw dier later symptomen van ziekte gaat geven.

De veterinaire natuurgeneeskunde probeert een toegevoegde en/of ondersteunende functie uit te oefenen bij het genezen van het dier. Het heeft dus niet als doel de reguliere diergeneeskunde te vervangen. We streven ernaar om, indien mogelijk, met de dierenartsen samen te werken en vanuit de diagnose van een dierenarts een advies te geven. Indien uw dier ziek is en u het niet vertrouwd, is het noodzakelijk een dierenarts te consulteren.

De natuurgeneeswijze of holistische geneeswijze (uit het Grieks, holos is heel) gaat uit van de opvatting dat er een volkomen eenheid is van alles wat leeft. De natuurgeneeswijze richt zich op 3 facetten, te weten de ziel, het karakter met bijbehorend gedrag en het lichaam. Dit houdt in dat er gekeken wordt naar het totaalplaatje van het dier dat een fysiek of psychisch probleem heeft.

Er wordt uitgegaan van de gedachte dat ieder individu een zelfgenezend vermogen heeft. Als er een te heftige of een te langdurige blootstelling is aan een prikkel die het systeem uit balans brengt, kan het gebeuren dat het individu niet meer in staat is om zonder hulp genezing te vinden. In dat geval is het van belang om een prikkel toe te dienen die het systeem stimuleert weer in balans te komen. Bij volkomen balans is er geen ziekte, de ziekte ontstaat door het (te lang) uit balans zijn.

De prikkel die uit balans brengt kan zowel een fysieke als een emotionele zijn. De uiting van deze disbalans kan ook zowel fysiek als emotioneel (‘gedragsprobleem’) zijn. Vaak zijn de uitingen van een probleem meervoudig, dan kun je verschillende fysieke problemen en/of gedragsproblemen zien.

Een voorbeeld hiervan is het te vroeg of te abrupt weghalen van een pup bij de moeder. De uit balans brengende prikkel is dan een emotionele, het gevolg kan zijn dat de hond zich later moeilijk kan binden aan de eigenaar (een emotionele reactie dus) maar kan ook een fysieke zijn zoals chronische diarree. Een ander voorbeeld is een konijn dat alleen leeft: een konijn is vaak moeilijk te koppelen maar is wel degelijk een sociaal dier dat zich vaak beter voelt met een maatje.

Elk dier reageert op zijn eigen manier op prikkels van buitenaf. Er is uiteraard een overkoepeling binnen een soort: een konijn heeft andere levensomstandigheden en ander voedsel nodig dan een hond, maar de fysieke en emotionele aanleg en erfelijkheid maken dat het dier op zijn eigen, individuele, unieke manier reageert op de omgevingsfactoren.

Reageren is niet mogelijk